Verhalenwedstrijd Vredesweek 2017

De eerste prijswinnares van de verhalen wedstrijd was Yasmin Khalaf-Haidar

 

Mijn vader , de dichter

 

Het was op de middelbare school voor meisjes in Damascus dat de lerares Arabisch aan mij vroeg om in de klas een gedicht van mijn vader voor te lezen.  Dat deed ze elke week en daarom had ik dat boek altijd in mijn schooltas.  Ze vroeg me naast haar te gaan staan. Het applaus van mijn klasgenoten achteraf, gaf me een duidelijk trots gevoel. Terwijl ik dit denk, realiseer ik me  hoe snel de dagen, maanden,  jaren voorbij zijn gegaan.

Nu zijn al mijn schooltassen versleten en vervangen door koffers. Maar het gedichtenboek  blijft het pulserende hart. Elke emigrant grijpt in zijn geheugen terug naar het hart van zijn koffer, terug naar het moment van inpakken. Tijdens het inpakken ben je je bewust van het verdriet in de ogen van de familie die achterblijft. Bewust van hoe we allen ons over moeten geven aan het lot. Elke keer als ik iets nieuws in de koffer doe, stuit mijn hand tegen iets dat mijn moeder al stiekem ergens tussen heeft gelegd. In haar zorgzaamheid geeft ze me de dikste, zware kleding mee tegen de koude van Nederland.  Ik kijk haar aan. Zij heeft mij sterk gemaakt en in de plooien van mijn ziel  en geheugen zit haar liefde en zorg verweven. Ik kan mijn ouders  in de koffer zo aanraken en voelen , hun warmte ruiken. Hoe zou ik het nog koud kunnen krijgen na alles wat jullie warme harten door de jaren heen  voor mij hebben gebreid!  De woorden in het boek van mijn vader beschermen mij. Díé zijn mijn jas, sjaal en hoed!   Warmer kan ik niet vertrekken.

Door het lot heb ik me als eerste vogel los gemaakt uit de zwerm. Door de jaren heen leer ik zweven,  en de thermiek gebruiken, maar maak ik ook ongecontroleerde scherpe en pijnlijke duikvluchten.   

De afschuwelijke gebeurtenissen in Syrië schudden zowel de inwoners, als de emigrante, door elkaar met de kracht van negen op de schaal van Richter. Het gevoel dat ik heb bij wat ik hoor over de ellende in Syrië is onbeschrijfelijk. Het is als in een filmscene waarin een vogel uit de lucht machteloos toeziet hoe zijn nest in brand is gevlogen.

Op het puntje van de stoel volg ik het nieuws op de TV via het Al Jaziera programma “ De oogst van vandaag”. En wat voor oogst! Het nieuws schreeuwt en brult de kamer in. Constant  hoop ik dat het afgrijselijk gebrul ophoudt en verandert in vrolijk gekwetter. Maar ik weet wel beter. Op een nacht  schrik ik wakker van allerlei explosieven. Hoewel ik dan mijn man zie, die door het raam naar een feestelijk vuurwerk staat te kijken,  realiseer ik me een moment toch niet dat ik in Nederland ben.

In de loop van de tijd krijgt de situatie in Syrië steeds meer aandacht in  Nederland, vooral  bij die organisaties die actief zijn op het gebied van vrede, mensenrechten en goede doelen.  Er zweeft een idee in mijn hoofd dat ik ten uitvoer wil brengen. Een extra stimulans is een uitzending op de Syrische TV met een gedicht van mijn vader als thema, getiteld   “de mens en de wilde dieren.“ Ik bel meteen mijn vader en vertel dat ik zijn gedichten in het Nederlands wil vertalen , en vraag om zijn mening en toestemming. Ik ben blij met zijn positieve reactie.

Na maanden van vertalen met hulp van enkele Nederlandse vrienden en met de ondersteuning van leden uit mijn kerk, verschijnt het boekje “ Woorden van hoop“ . Eenvoudig  gaat dat niet, er zijn veel vragen en afwegingen tijdens het vertalen. Hoe bewaar ik de waarde van het oorspronkelijke gedicht? Hoe houd ik de temperatuur van een poëtische tekst vast? Hoe maak ik de Arabische beeldspraak  helder?   Gelukkig heeft het boekje het gewenste succes. Het krijgt in de media aandacht , zelfs in een TV programma over Syrië op kerstavond. Uiteindelijk worden er meer dan duizend exemplaren verkocht. Ik ben erg blij dat de geur van mijn vaders gedichten ook in Nederland verspreid wordt.

Het succes van de gedichten voelt als  bloemen in mijn leven. In een ijskoude winterwind die zich aandient als de Arabische lente, geven deze bloemen mij de kracht sterk te staan. De mooiste bloem dit jaar is dat ik wakker word van het gezoem van mijn telefoon en een bericht lees van mijn zus,  dat mijn vader zijn nieuwe dichtbundel aan mij heeft opgedragen!  De titel is “ Yasmin” wat de bloem van hoop is in Syrië!  Wat een grote verrassing voor me. Het is mijn grote wens mijn vader naast me te hebben , dichtbij,  hem te omarmen en een kus op zijn wang te drukken. Een intens dankbaar gevoel overstroomt me. Ik voel me vereerd. Dat ik zijn naam draag en dat zijn boek weer mijn naam heeft gekregen. Als ik het boek in handen heb en het voorwoord lees, voel ik kippenvel van de zin : “voor mijn bloem in het bloemenland“.

 

De tweede prijswinnares was Annette Akkerman:

 

  1. Korenbloemen

 

De vrouw is waarschijnlijk jonger dan ik haar schat. Het lijkt alsof de vrouwen hier in het oosten van Estland slechts in te delen zijn in twee generaties, de hippe jongeren die geboren zijn na de Sovjetheerschappij en de generatie die nog volop het juk van de Russen heeft gevoeld. De vrouw doet me denken aan mijn oma in de jaren zeventig. Haar gezicht is eerder geplooid dan gerimpeld. Ze draagt een sjaal, zoals mijn oma hem ook droeg, onder de kin vastgeknoopt. Oma deed afstand van de sjaal nadat de Turkse gastarbeiders in het land kwamen. Voortaan moest haar wekelijks gewatergolfde haar wind en regen trotseren zonder bescherming, omdat de sjaal geassocieerd werd met een geloof dat ze niet kende.

 

De vrouw zit geduldig op een bankje. Naast haar op het muurtje staat een allegaartje van bekers, emmertjes en vaasjes met bloemen, voornamelijk korenbloemen. Mijn lievelingsbloem. Ik herinner me dat ik er met mijn moeder op uittrok om bloemen te plukken. Mama was gek op margrieten. Ik viel voor het blauw van de korenbloem, toen nog overvloedig aanwezig tussen het goudgele graan. Tegenwoordig veel zeldzamer vanwege het gezuiverde zaaigoed. Bij het streven naar hogere opbrengsten trok de korenbloem aan het kortste eind. Een teken van de huidige tijd waarbij efficiëntie en eenvormigheid het winnen van een ieder die uit de pas dreigt te lopen.

 

Mijn liefde voor de korenbloem is nooit geweken, merk ik nu ik de bosjes zo keurig bij elkaar zie staan. De oude vrouw met bonte jasschort, ziet mijn interesse en wijst op de bosjes. Het woordeloze gebaar is duidelijk.

‘Wil je kopen?’

Ik probeer duidelijk te maken dat ik in een hotel zit en morgen vertrek, dus niets aan de bloemen heb. Ik ondersteun mijn gebaren met Engelse woorden die ik vervormd uitspreek in een poging om onze taalbarrière te overbruggen, wat natuurlijk volkomen onzinnig is. De Estse vrouw schakelt over op de enige vreemde taal die zij machtig is, het Russisch. Hoewel we pogingen doen tot toenadering, komen we geen stap verder. Ik glimlach ter afsluiting en mime dat ik verder moet. Ik zwaai ten afscheid en zoek mijn gezin weer op.

 

De derde prijswinnares was wederom Yasmin Khalaf-Haidar:

  1. Geworstel met taal.

 

Meestal is het oudste kind proefkonijn in de opvoeding. Als ouder kun je nog zo goed zijn onderlegd in de pedagogiek, maar daarnaar handelen is toch wat anders.  Onzekerheid is troef. Het  kind moet de onrijpe ouders bezuren.

Als ouder wil je nooit het antwoord schuldig blijven. Maar voor het kind is het  allerbelangrijkste dat het leert dat er grens is aan  de mogelijkheden van de ouder. Er bestaat geen voorbeeld als een super-vader of super moeder. De realiteit ervaren is voor kinderen het belangrijkst.

De eerste jaren worstelden we als ouder met de taal. We moesten nieuwe woorden uit de kast trekken die als het ware niet de onze waren. We hadden een andere mode. We verkreukelden de taal, , we zagen er niet uit, we  sloegen een modderfiguur. Soms gooide ik alle woorden die ik voorradig had eruit,  hopend dat de luisteraar de goede woorden eruit zou filteren.

Mijn oudste zoon pakte de taal snel op, maar vermeed dat wij als ouders in gesprek kwamen met zijn juffrouw op school. Hij wilde zich niet schamen voor het verminkte taalgebruik van zijn ouders. Hij wilde het beeld van super-ouder behouden. Hij vroeg ons waarom we zo gebrekkig Nederlands spraken. “We zijn allebei 2 jaar in Nederland mam , en ik spreek de taal wel goed.!“ Opeens zag ik op tafel  de uitleg voor hem staan. Er stonden 2 glazen , de mijne  bijna vol en de zijne  vrijwel leeg. “Het lege glas dat ben jij, daar kunnen veel woorden in geschonken worden, maar mijn glas is nog vol met andere woorden, daar kunnen er nog maar weinig bij in .“

Aan zijn lachende ogen zag ik dat hij deze vergelijking begreep, en inzag dat hij zich niet hoefde te schamen voor zijn ouders , wanneer  deze in gesprek zijn met anderen. Hij knuffelde me en zei dat hij voortaan mijn zinnen zou verbeteren. En hij lacht nu nog steeds wanneer ik zijn kromme Arabische zinnen verbeter. B.v. In het Arabisch zeg je “wacht mij“. Als je  het zou zeggen als “ wacht op mij“ betekent dat dat bovenop iemand zou staan te wachten!

Zo groeien we samen op in de vreemde taal.